Column archief


Historische knooppunten

Het Nationaal Historisch Museum (NHM) heeft geschiedenis geschreven. Jarenlang is gesteggeld over de locatie en de inrichting van dit ‘instituut tegen ontworteling’, een initiatief van Jan Marijnissen (SP) en Maxime Verhagen (CDA) uit 2005. Het museum had de Nederlandse identiteit een boost moeten geven door ons meer bewust te maken van de vaderlandse geschiedenis. Maar anno 2011 heeft cultuursaneerder Halbe Zijlstra er geen cent meer voor over. Het NHM moet deuren sluiten die het nooit heeft gekregen.

De tweekoppige directie ging in 2008 voortvarend en vooral eigenzinnig aan de slag. Als voorproefjes op hun toekomstige museum doken hier en daar tijdelijke projecten op, zoals een reizende Nationale Automatiek waaruit je in plaats van kroketten historische objecten kon trekken. Ook ontwikkelden zij een eigen visie op de locatie. Hoewel Arnhem de slag voor de huisvesting had gewonnen vanwege een logische koppeling met het Openluchtmuseum, kwamen de directeuren Valentijn Byvanck en Erik Schilp met een heel ander plan. Zij zagen het nieuwe museum liever verrijzen bij de John Frostbrug over de Rijn, dichter bij het centrum van de stad.

De rapen waren helemaal gaar toen bleek dat zij ook wilden afwijken van de historische canon als leidraad voor de museumpresentatie. In plaats daarvan goten zij de vaderlandse geschiedenis in vijf ‘thematische werelden’. Marijnissen krabde zich achter de oren en vreesde voor een ‘postmoderne hutspot’. De Tweede Kamer stuurde de directie terug naar Start: huisvesting bij het Openluchtmuseum en meer nadruk op de chronologie.

Toen er door de financiële crisis geen geld meer bleek te zijn voor een nieuw onderdak van het NHM, pleitten vijftien prominente historici er in de Volkskrant voor het museum in Paleis Soestdijk onder te brengen. De voormalige Koninklijke vertrekken hadden immers nog geen nieuwe bestemming en leken de laatste redding voor dit museale debacle. De provincie Utrecht zag er direct brood in, maar de lobby van Gedeputeerde Staten mocht niet baten. Een rijksmonument met zijn eigen historie is immers nog niet zomaar een plek waar hordes jongeren hun kennis van de vaderlandse geschiedenis op een aansprekende manier kunnen komen opkrikken. Minister Donner van Binnenlandse Zaken weigerde dan ook geld te steken in de verbouwing van het paleis tot museum.

De twee directeuren zagen de bui opnieuw hangen en deden hun beklag in de media. En geef ze eens ongelijk. Want dat er sprake is van verkwisting van belastinggeld is duidelijk. Dat zij zichzelf daarbij positioneerden als de ‘research & development-afdeling van de Nederlandse museumwereld’ is echter nogal hoogdravend. Bijna elk zichzelf respecterend museum in Nederland kan tegenwoordig bogen op hippe educatieprojecten voor jongeren.

Het hele gedoe brengt de discussie weer terug naar de basis. Waarom moest er eigenlijk een Nationaal Historisch Museum komen? Eén verhaal vertellen over de Nederlandse geschiedenis of identiteit, lijkt mij sowieso een onmogelijke opgave. Daarnaast is ons land zelf eigenlijk al één groot museum. Maak een wandel- of fietstocht en je struikelt over monumenten, erfgoed en andere geschiedkundige relicten. Ik treur dan ook niet om het feit dat er geen Nationaal Historisch Museum komt. Wel heb ik behoefte aan een instantie die op moderne wijze samenhang kan aanbrengen tussen al die historische knooppunten. Een virtueel museum bijvoorbeeld, met een minder koppige directie.

(juni 2011)


Postperikelen


Het verdwijnen van de postbode oude stijl roept vaak de nodige nostalgie op. Ik moet eerlijk zeggen dat ik daar ook last van heb. Die mannen met hun imponerende PTT-pet en zwaar beladen fiets, die door weer en wind de post bezorgden en tussendoor nog tijd hadden voor een praatje, ze bestaan niet meer. Ja, alleen nog een slap aftreksel ervan: de laatste der post-Mohikanen in een oranje TNT-outfit die in de herfst van hun loopbaan ondanks een vast contract voor hun baan moeten vrezen. Het postbedrijf wil namelijk 11.000 arbeidsplaatsen kwijt, naast natuurlijk verloop en begeleiding naar ander werk gewoon door 4.500 werknemers te ontslaan. Her en der zijn er wilde stakingen geweest en ook op landelijk niveau legden postbodes in november het werk enkele dagen neer.

Niet dat de opvolger van PTT en TPG geen nieuwe mensen meer rekruteert. Maar dan, onder invloed van de geliberaliseerde postmarkt, op een basis die van de concurrenten Sandd en Selekt Mail is afgekeken. Met de tekst ‘Iedereen kijkt naar je uit’ worden parttime postbezorgers geworven uit een reservoir van vutters, huisvrouwen en wellicht ook sappelende ZZP’ers. Mensen die best een extra centje kunnen gebruiken. Buffelen dus voor nog geen tientje per uur, zonder enige zekerheid als het om ziekte, arbeidsongeschiktheid of pensioen gaat. Geen wonder dat de post soms slecht wordt bezorgd.

Het lijkt bijna nog minder dan het uurloon dat ik in de jaren tachtig als tijdelijke postbode kreeg, of haal ik nu guldens en euro’s door elkaar? Ik vond het een zware maar leuke vakantiebaan. Om zes uur ’s ochtends aantreden, post sorteren, fietstassen vullen, aangetekende brieven ophalen en dan de wijk in. Tussentijds stond er ergens nog een nieuwe postzak op je te wachten. Zwaar was het als blaffende honden me de schrik op het lijf joegen of als kilo’s Wehkamp-gidsen mijn fiets deden steigeren. Maar het leuke was dat ik al lopend van brievenbus naar brievenbus een soort sociologisch onderzoek kon doen. In de ene wijk keken mensen van achter hun raam uit naar de Wibra-folder, in de andere moest je voorname, dikke enveloppen door de postgleuf heen zien te wurmen.

Sharon Gesthuizen, Tweede Kamerlid voor de SP, heeft de actie ‘Red de Postbode’ in het leven geroepen. Een sympathiek initiatief. Maar nu toch ook een oproep aan de gewone consument. Afgezien van rouw- en geboortepost sturen we elkaar steeds minder kaarten en brieven, één van de redenen waarom TNT Post moet inkrimpen. Dus wil je de postbode redden, kom dan achter je computer vandaan en gebruik voor je kerstwensen, felicitaties en verhuisberichten in plaats van een e-mail of e-card gewoon een ouderwetse envelop met postzegel. Veel leuker toch, zo’n kaartje op de deurmat? En ja, ook voor herwaardering van de brief zou ik wel een pleidooi willen houden.

(november 2010)


Gescheiden zwemmen


Mijn geboorteplaats Waalwijk kreeg in 1953 een prachtig openluchtzwembad. Het Hoefsven bestond uit twee grote baden, van elkaar gescheiden door een dijk. In de geest van de tijd scheidde deze ‘kuisheidsdijk’ de Dames- en Herenkant. Aan dit gescheiden zwemmen kwam, net als aan gescheiden onderwijs, in de jaren zestig een einde. Als kind vertoefde ik in de zomer bijna dagelijks met vriendinnetjes aan de waterkant en liet me natspatten, soppen, of zelfs in het water duwen door leeftijdgenoten van het andere geslacht.



Tijdens mijn studie ging ik een tijdlang elke maandagochtend zwemmen met een vriendin. We kozen voor het damesuurtje en praatten tijdens het baantjestrekken in schoolslag lekker bij. Zonder last van fanatiek voorbijcrawlende mannen, sloegen wij twee vliegen in één klap: beweging en gezelligheid.
Veel grootsteedse zwembaden in Nederland hebben nog steeds, of weer, speciale uren voor vrouwen. Vooral allochtone vrouwen en meiden maken daar gebruik van, maar ook heel wat oudere autochtone vrouwen schijnen het prettig te vinden om onder elkaar te zwemmen. In Utrecht zijn ze juist weer begonnen met dameszwemmen. Ladyfit, een sportvereniging voor vrouwen uit Kanaleneiland, krijgt er zelfs subsidie voor.

Ook zwembad De Houtzagerij in Den Haag kende speciale vrouwen- én mannenuurtjes. Tijdens het vrijdagse vrouwenzwemmen gingen de luiken dicht, de beveiligingscamera’s uit en liep er alleen maar vrouwelijk personeel rond. Maar per 1 januari 2010 is het afgelopen met het gescheiden zwemmen in de Haagse publieke baden. “In onze stad is gemengd zwemmen gemeengoed”, aldus VVD-wethouder Sander Dekker. Volgens hem leidt het gescheiden zwemmen uiteindelijk niet tot het gewenste gemengd zwemmen.

Voelt de Haagse VVD-fractie de hete adem van de PVV in de nek of is dit een oprechte maatregel om integratie en emancipatie een duw te geven? Maar als de moslimvrouwen nou helemaal niet meer gaan zwemmen, zijn we dan niet verder van huis? Betekent integratie dat je altijd alles gemengd moet doen, of mag je er ook voor kiezen alleen met vrouwen te badderen in zwembad, sauna of hammam? Speelt hier soms een oude frustratie over de Tweede Feministische Golf, toen aparte activiteiten voor vrouwen schering en inslag waren? En wat te denken van bioscopen, casino’s en andere vermaakinstellingen, die tegenwoordig juist speciale vrouwenavonden organiseren? Dan is het ineens weer leuk en vooral lucratief, die vrouwen onder elkaar. Terug naar het kuisheidsdijkje van voor mijn tijd wil ik absoluut niet, maar ‘Ladies Only’ moet naar mijn idee af en toe kunnen.

(januari 2010)


De Allergrootste Amersfoorter

Hoewel het 750-jarig jubileum van Amersfoort is afgesloten, hangen overal nog feestvlaggen te wapperen. Helaas zijn veel van de festiviteiten aan mij voorbij gegaan. Maar aan één activiteit heb ik toch deelgenomen. Dat kostte niet veel moeite: met een druk op de knop was het gedaan. Het ging om de verkiezing van de Allergrootste Amersfoorter Allertijden. Nu kun je hierbij de nodige kanttekeningen plaatsen - Pim Fortuyn werd op deze manier al eens bijna tot Grootste Nederlander gekozen - maar ook ik was niet te beroerd mijn stem te doen gelden.

Al die onvergelijkbare grootheden met elkaar vergelijkend, was de keus echter nog niet zo makkelijk. Moest ik stemmen op de zeventiende-eeuwse kunstschilder Matthias Withoos of op schrijfster Rosita Steenbeek, die een onderhoudende historische roman over zijn dochter Alida schreef? Op rijksbouwmeester Fons Asselbergs, schepper van het architectonisch experiment Kattenbroek, of op Joke Sickmann, actieve burger en 'burgemeester' van mijn wijk Soesterkwartier? Op zwemster Marie Vierdag, dochter van een Amersfoortse sigarenboer en in 1937 winnares van Olympisch goud, of op iPod-priester Roderick Vonhögen, die zijn geloof verkondigt via moderne media?

De Mondriaanlobby bood uitkomst. Als vrijwilliger van het Mondriaanhuis lag het voor de hand mijn stem uit te brengen op deze wereldberoemde kunstenaar. En wat bleek? In een spannende nek-aan-nekrace won Piet Mondriaan het van oud-staatsman Johan van Oldenbarnevelt. Het Mondriaanhuis was natuurlijk opgetogen en trakteerde bezoekers op koffie en appeltaart. Niets mooier dan Mondriaan verheven tot icoon van de stad Amersfoort.

Ook al behoorde ik tot het winnende kamp, er ging toch iets knagen. Piet Mondriaan is onmiskenbaar een belangrijk kunstenaar. Hij werd weliswaar in Amersfoort geboren, maar verhuisde op achtjarige leeftijd naar Winterswijk. Tijdens zijn leven verbleef de kunstenaar onder meer in Domburg, Laren, Amsterdam, Parijs en New York. In wezen is er geen enkele andere band met de stad te bedenken dan dat hij hier geboren is. Hoewel de wieg van veelzijdig kunstenaar Armando niet in Amersfoort stond, is zijn werk wél onlosmakelijk verbonden met de stad. De observaties die hij als jongen deed in de omgeving van voormalig concentratiekamp Amersfoort, vormen een rode draad in zijn omvangrijke oeuvre en weten deze locatie tevens te overstijgen. De stad kreeg een Armando Museum, dat in 2007 door brand werd verwoest, maar in de nabije toekomst uit de as zal herrijzen.

Op 18 september wordt Armando tachtig jaar. Laten we op die dag even uitbundig vlaggen voor deze grootse kunstenaar.

(oktober 2009)


Levensverhalen


Sinds de Grote Geschiedenis in stukken uiteen is gevallen, staan kleine geschiedenissen steeds meer in de belangstelling. Hoe leefden mensen onder het communisme, fascisme, in de oorlog, in de jaren vijftig, zestig, zeventig enzovoorts? Hoe zag het alledaagse leven van gewone mannen en vrouwen eruit? Deze levens worden meer en meer beschreven, en soms slaat dit weer een beetje door. Dan denk je: waarom moet ik dit allemaal weten?

Binnen de familiekring is deze vraag niet aan de orde. We willen weten hoe het leven van onze opa’s, oma’s, vaders en moeders is gelopen. De standaardverhalen zijn vaak wel bekend, maar er is ook veel ongewis. We hadden of namen niet de tijd om door te vragen. We durfden misschien niet, of degene zelf was er (nog) niet aan toe. Maar toch blijven er vragen. En als de persoon in kwestie dan plotseling overlijdt, is het te laat.

Sinds vorig jaar heb ik het idee opgevat levensverhalen van mensen op te tekenen. Mijn eerste ervaring heeft mij in dit plan gesterkt. Mij werden bijzondere ervaringen toevertrouwd. Het boekje dat daarvan het resultaat was, vormde de aanleiding voor een familiebijeenkomst. De betreffende man kon zijn hart luchten ten overstaan van zijn kinderen. Helaas is hij niet lang daarna overleden.

Tijdens de uitvaart werd een cliché voor mij nog eens bevestigd: een levensverhaal is nooit af. Kinderen en kleinkinderen vertelden bij het afscheid ontroerend wat vader en opa voor hen had betekend. Dat had hij nooit zelf kunnen vertellen. Dat moet hij ook niet zelf vertellen. Zij maakten zijn verhaal compleet. En toch zullen er altijd nog vragen blijven.

Het is mooi als mensen vóór hun dood aan dierbaren kwijt kunnen wat hen op het hart ligt. De nabestaanden op hun beurt hebben te accepteren dat er ook onbeantwoorde vragen mee het graf in gaan.

(juni 2009)


< Terug naar column




"Schrijven is iets fluisteren wat door niemand gezegd wordt"
Cees Buddingh
ontwerp en realisatie: www.lale.nl